


De rups van het koolwitje is geel met zwarte stippen, harig en ± 40 mm lang. Deze rupsen komen op alle koolgewassen en enkele siergewassen voor zoals bijv. de Oost-Indische kers. De rupsen richten ernstige vraatschade aan, in die mate dat ze het blad tot de hoofdnerf kaalvreten. De eitjes worden aan de onderkant van de bladeren gelegd, de eitjes zijn geel van kleur. Tweemaal per jaar verschijnt er een nieuwe generatie, ze zijn actief vanaf het voorjaar tot in het begin van het najaar.
tegen insecten zowel vretende als zuigende