


De larven van de lindebladwesp worden tot 15 mm lang en hebben 20 paar poten. Ze komen niet alleen voor op de linde maar ook op eiken, berken, beuken en wilgebomen.
Schade ontstaat doordat de larven het bladgroen aan de onderzijde van de bladeren wegvreten en daardoor wordt de boom in vitaliteit aangetast. Het schadebeeld is ook te herkennen aan de doorzichtige plekjes die in het blad van de boom ontstaan.
tegen insecten zowel vretende als zuigende