

Melkdistel heeft zijn naam te danken aan het witte, zure sap wat de plant afscheidt na een breuk. De melkdistel heeft lepelvormige blaadjes met een gladde rand, die bedekt zijn met een poederachtige, grijze waas. De bloemhoofdjes zijn 1 tot 2 cm groot. De lintbloemen zijn vaak bleekgeel, de buitenste zijn van onderen zilverig tot iets paarsrood. Het omwindsel is kaal of min of meer beklierd. De melkdistel komt haast overal voor, bijv.: akkers, moestuinen, open bermen, ruigten, heggen, plantsoenen, tussen bestrating, langs stoepranden, tegen muren, oude muren, etc.
tegen gazononkruiden in volgroeide gazons
onkruidruimer met een brede inzetbaarheid in de tuin